FAQ LLS

Welke richtlijn is van toepassing op de containerafzetsystemen?

Containerafzetsystemen vallen net als vrijwel alle andere machines onder de Machinerichtlijn. Deze Europese richtlijn stelt een algemeen veiligheidskader waaraan alle nieuwe machines op het moment van aflevering aan moeten voldoen. Ze zijn dan herkenbaar aan de CE-markering.
De fabrikant van de containerafzetsystemen mag zelf de CE-markering aanbrengen, de CE-markering is dus geen keuring van een instantie o.i.d.
Om aan te tonen dat een machine aan de machinerichtlijn voldoet moet een fabrikant een uitgebreide risico-inventarisatie doen en aan de hand van de bevindingen en de eisen uit de Machinerichtlijn (stabiliteit, markeringen, veiligheden etc.) de juiste maatregelen treffende CE-markering.

En hoe zit het met de nieuwe Machinerichtlijn?

De 'oude' MachineRichtlijn (Richtlijn 98/37) was in de Nederlandse wetgeving verwerkt in het 'Warenwetbesluit Machines'.
De nieuwe MachineRichtlijn (Richtlijn 2006/46) is ook in het Warenwetbesluit Machines verwerkt en op 29 december 2009 van kracht geworden.
Richtlijn 2006/46 heeft weliswaar dezelfde opzet als Richtlijn 98/37, maar verschilt op sommige punten wel inhoudelijk. Technische algemene eisen zijn aangepast, procedures zijn in lijn gebracht met de laatste inzichten binnen de EU, en ook toepassingsgebied en definities zijn uitgebreidere en nauwkeuriger omschreven.
In welke mate de nieuwe MachineRichtlijn een aanscherping betekent qua technische eisen, zal per soort machine verschillen.

Qua overgangstermijn is de Richtlijn helder: die is er niet. Wel nemen individuele lidstaten soms hun eigen standpunt in, en voor Nederland stelt de Arbeidsinspectie zich op het standpunt dat (niet-complexe) machines met een verklaring van overeenstemming volgens de oude MachineRichtlijn (98/37) die nog in voorraad staan, ten minste nog de eerste helft van 2010 in gebruik kunnen worden genomen door bedrijven.

Verwerking in Nederlandse wetgeving

De nieuwe MachineRichtlijn stelt dat "de bepalingen met ingang van 29 december 2009 door de Lidstaten toegepast worden". Dat betekent dat elke Lidstaat de Richtlijn moet verwerken in de betreffende nationale wetgeving, en die wetgeving op 29 december 2009 moet laten ingaan.
Nederland heeft de nieuwe MachineRichtlijn verwerkt in het Warenwetbesluit Machines, waarin ook al de oude MachineRichtlijn was verwerkt.
Die verwerking is gebeurd door middel van een wijziging van het Warenwetbesluit Machines, en die wijziging is op 29 december 2009 in werking getreden.
Het Warenwetbesluit Machines zoals dat nu dus luidt, bepaalt onder andere dat het verboden is machines en niet voltooide machines in de handel te brengen of in bedrijf te stellen die niet voldoen aan de vervaardigingvoorschriften, en niet zijn voorzien van een IIA EG-verklaring van overeenstemming. De betreffende vervaardigingsvoorschriften houden dan in dat de fabrikant of diens gemachtigde zorgt dat de machine voldoet aan de essentiële veiligheid- en gezondheidseisen, bedoeld in bijlage I van Richtlijn 2006/42.

Verschillen met oude MachineRichtlijn

Richtlijn 2006/46 heeft weliswaar dezelfde opzet als Richtlijn 98/37, maar verschilt op sommige punten wel inhoudelijk. Technische algemene eisen zijn aangepast, procedures zijn in lijn gebracht met de laatste inzichten binnen de EU, en ook toepassingsgebied en definities zijn uitgebreider en nauwkeuriger omschreven.
In welke mate de nieuwe MachineRichtlijn een aanscherping betekent qua technische eisen, zal per soort machine verschillen.

Definitie machine

In de nieuwe MachineRichtlijn is uitgebreider en daardoor duidelijker gedefinieerd welke producten onder het toepassingsgebied vallen: machines en niet voltooide machines.
Vervolgens wordt gesteld dat onder 'machines' worden verstaan: machines, verwisselbare uitrustingsstukken, veiligheidscomponenten, hijs- en hefgereedschappen, kettingen kabels en banden, en verwijderbare mechanische overbrengingssystemen. En van alles wordt dan een definitie gegeven.
Onder de definitie van 'machine' valt ook een "samenstel van componenten en/of onderdelen waarvan er tenminste één kan bewegen (voorzien van een aandrijfsysteem of bestemd om te worden voorzien van een aandrijfsysteem) dat gereed is voor montage, en dat pas functioneert na montage op een voertuig."
'Losse' (nog niet gemonteerde) autolaadkranen, laadkleppen, op- en afzetsystemen e.d. vallen dus onder de definitie van machine, en moeten dus vergezeld gaan van een IIA-verklaring. IIA verklaringen worden afgegeven door de fabrikant (die de machine heeft ontworpen en produceert) of diens gemachtigde.
Een definitie van 'niet voltooide machine' is in de nieuwe MachineRichtlijn nu specifiek opgenomen, maar de omschrijving verschilt niet wezenlijk van de bepalingen in de oude MachineRichtlijn omtrent het verstrekken van II B verklaringen (art 4 lid 2).
'Niet voltooide machines' zijn producten of componenten die bedoeld zijn om samengevoegd/samengebouwd met andere producten en componenten, uiteindelijk wel een machine te vormen volgens de definitie van de Richtlijn. Voorbeelden van een 'niet voltooide machine' zijn: een aandrijfsysteem, een elektromotor, een hefcilinder.

Overgangsbepalingen

Richtlijn 2006/42 kent als zodanig geen overgangsbepalingen; ook het Warenwetbesluit Machines kent die niet. In Europees verband hebben de toezichthoudende instanties echter wel overleg gehad over de overgangssituatie; uitkomst daarvan is dat ieder van de lidstaten vooral zelf moet bepalen hoe zij omgaan met machines die voor 29 december 2009 geproduceerd zijn, maar na 29 december 2009 nog in voorraad zijn.
Voor Nederland stelt de Arbeidsinspectie zich op het standpunt dat (niet-complexe) machines met een verklaring van overeenstemming volgens de oude MachineRichtlijn (98/37) die nog in voorraad staan, ten minste nog de eerste helft van 2010 in gebruik kunnen worden genomen door bedrijven.
Het gaat daarbij dan wel om niet-complexe machines die redelijkerwijs niet eenvoudig aangepast kunnen worden aan de eisen van de nieuwe MachineRichtlijn.
Van machines die wel eenvoudig aangepast kunnen worden aan de nieuwe eisen, wordt verwacht dat dat ook gebeurt.
Van complexe machines (geproduceerd voor 29 december 2009) is de opvatting van de Arbeidsinspectie dat deze bij ingebruikname aan de nieuwe eisen moeten voldoen.
Machines die na 29 december 2009 worden gebouwd moeten uiteraard aan de nieuwe MachineRichtlijn voldoen.

Waar kan ik stickers en checklisten bestellen?

Elektronisch via www.raikeurmerken.nl of telefonisch bij het secretariaat van RAI Speciale Voertuigen: 020 - 5044949.

Ik ben te laat met aanmelden van de keuring. Mag ik nu wel keuren?

Een keuring dient 6 uur van tevoren te zijn aangemeld ( i.v.m. het inplannen van een steekproef). Mocht dit onverhoopt niet lukken, dan kan er wel gekeurd worden. Het is dan zaak om alsnog z.s.m. de keuring aan te melden.

De aangemelde keuring gaat niet door. Wat nu?

Indien het een periodieke keuring betreft dient TÜV (i.v.m. een eventueel ingeplande steekproef) z.s.m. op de hoogte worden gebracht 0499-339533. Betreft het een ingebruikname keuring dan hoeft u niks te doen.

Mijn keurmeester gaat bij een ander bedrijf werken; wat moet hij inleveren?

Het certificaat van de keurmeester is persoonsgebonden en mag hij zelf houden; zijn stempel moet hij inleveren bij het bedrijf.

Wat moet ik doen met de verschillende formulieren in de checklist?

De witte formulieren blijven in de checklist en bij het voertuig.
Het gele formulier is bestemd voor de administratie van de keurmeester.

Hoe lang moet het voertuig in de werkplaats blijven, i.v.m. de steekproef?

Als TÜV een half uur na aanvang nog niet is gearriveerd, zal er geen steekproef meer plaatsvinden. Het voertuig mag dan na keuring meteen vertrekken.

Waar kan ik mijn LLS keurmeester certificaat halen?

Deze krijgt u automatisch toegestuurd via de RAI Vereniging.